HomeMuziektips

Muziektips

Mendelssohn - Die erste Walpurgisnacht

Patrick van der Linden - oktober 2019

"Voor de grotere koren valt het niet altijd mee geschikt 19e-eeuws repertoire te vinden buiten de gebaande wegen. Want Mendelssohn's oratoria, zijn psalmen, de Requiems van Brahms, Fauré en Verdi, de missen van Rossini, Beethoven en Schubert: het is (terecht) geliefd repertoire en wordt daarom ook veel uitgevoerd.

Veel onbekender is de seculiere cantate Die erste Walpurgisnacht van Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847). Ik breek graag een lans voor deze indrukwekkende compositie op een tekst van Johann Wolfgang von Goethe, die een enorme culturele en politieke invloed had in die tijd. Toen Mendelssohns leraar Carl Zelter hem op twaalfjarige leeftijd meenam naar Zelters vriend Goethe, maakte Mendelssohn op Goethe een verpletterende indruk met zijn uitzonderlijke pianotechniek. Drie jaar later bestempelde Zelter hem als ‘volleerd’ en plaatste hem in het rijtje van Bach, Haydn en Mozart. 

In 1799 schreef Johann Wolfgang von Goethe de dramatische ballade Die erste Walpurgisnacht. Het verhaal gaat over de heidense Kelten, die hun christelijke onderdrukkers misleiden, zodat zij het oude gebruik van de lentewijding kunnen vieren. Goethe verwoordt op ironische wijze zijn gereserveerdheid ten opzichte van zowel heidens als kerkelijk bijgeloof zoals dit in de Middeleeuwen voorkwam. Vermomde figuren doen de christelijke wachters geloven dat zij een duivelse verschijning hebben gezien, zodat ze in paniek op de vlucht slaan.

De muziek vind ik adembenemend spectaculair. Je zet er je auto voor aan de kant als je het op cd beluistert, laat staan wat er gebeurt als het live wordt uitgevoerd. Een goed koor dat virtuoos tekst kan verwerken is nodig, net als een goed orkest dat vele snelle noten voor de kiezen krijgt. Naast veel studie levert het instuderen ook veel plezier voor het koor op.

Die erste Walpurgisnacht is het resultaat van de levenslange bewondering van Mendelssohn voor Goethe. De cantate voor vocale solisten, koor en orkest bieden een prachtige muzikale vertaling van het dramatisch verhaal. Mendelssohn componeerde het werk in 1831, een jaar na een bezoek aan Goethe in Weimar, en reviseerde het nog eens in 1843. Het werk ging in 1833 in première."

Brahms: Vier Gesänge

Arjen Uitbeijerse - september 2019

"Een aantal jaar geleden werd ik gegrepen door een viertal prachtige liederen voor vrouwenkoor vande hand van Johannes Brahms.

Natuurlijk is Brahms een absolute muzikale grootheid die we kennen uit zijn grootse composities. Maar Brahms’ meesterschap blijkt juist ook uit zijn wat minder omvangrijke werken, waarvan opus 17 een treffend voorbeeld is.

Alleen al de bezetting is bijzonder en origineel. Een driestemmig vrouwenkoor wordt begeleid door twee hoorns en harp. Eventueel is het mogelijk om de harp te vervangen door de piano. Het levert een bijzonder klankkleurpalet op van heldere vrouwenstemmen, gloedvol koper en het transparante geluid van harp of piano. De sterk tot de verbeelding sprekende teksten zijn van de hand van Ruperti, Shakespeare, Eichendorff en Ossian (Macpherson). Ze spreken van heimwee, verlangen, onmogelijke liefde, dood, wanhoop, het eenvoudige landleven en ze roepen oude legenden tot leven. Stuk voor stuk zullen ze de romantische geest van Brahms hebben geraakt en geïnspireerd en uiteindelijk hebben uitgemond in deze muzikale juwelen, die hij in 1862 componeerde. Zeer kenmerkend zijn Brahms’ eindeloos mooie-, of zo je wilt, mooie eindeloze melodische lijnen.

Al met al vormt deze muziek een mooie uitdaging voor ieder vrouwenkoor met ambitie. De totale uitvoeringsduur van deze liederencyclus is circa twintig minuten. Het past bijvoorbeeld goed in een Duits-romantisch concertprogramma of in een programma waarin ‘het lied’ het verbindende thema is."

Brahms: Vier Gesänge, Opus 17

Rheinberger: Mis in Es

Patrick van der Linden - augustus 2019

"Ooit bezocht ik een Evensong in Canterbury. In de aanloop daarnaartoe mocht ik ook een repetitie bijwonen en het jongenskoor repeteerde toen op een Kyrie, dat voor mij helemaal nieuw was. Het raakte me diep, tot in al mijn vezels. Na afloop legde de dirigent mij uit dat het een deel was uit de dubbelkorige Mis in Es groot (opus 109) van Joseph Rheinberger. “It’s stunning, isn’t it?” vroeg hij me. “Absolutely stunning...” stamelde ik. Het is mijn muziektip.

Rheinberger (1839-1901) was zeer invloedrijk in het Duitsland van zijn tijd: gerespecteerd door Wagner en Liszt, gevreesd door Bruckner en Cornelius, bevriend met Brahms en Von Bülow en bewonderd door Reger en Humperdinck. Dit schetst zijn positie die werd versterkt door zijn docentschap piano en compositie aan het conservatorium van München. Zijn kerkelijke koormuziek ontstond vooral vanaf 1877; hij werkte destijds als Hofkapellmeister van de Beierse koning Ludwig II. Organisten hebben wellicht vooral oog voor zijn orgelsonates, maar zijn koorwerken nemen een minstens zo belangrijke plaats in, waarbij zijn Mis in Es groot voor mij één van de hoogtepunten uit de negentiende eeuw voor a capellakoor is.

Het werk is zeker niet eenvoudig, maar wel heel aantrekkelijk voor zowel koor als luisteraar. Het is een uitdaging om het in te studeren, maar wel een uitdaging met veel repetitievreugde. Het werk duurt ongeveer 25 minuten en daarmee kan een prachtig a capellaprogramma worden gebouwd rondom dit werk."

Rheinberger - Mis in Es

Pachelbel: Christ lag in Todesbanden

Arjen Uitbeijerse - juli 2019

 

"Graag breng ik een fraai werk van Johann Pachelbel (1653-1706) onder de aandacht. Pachelbel wordt vaak vereenzelvigd met zijn Canon in D, terwijl zijn overige werken soms wat onderbelicht blijven. En dat is jammer, omdat zijn oeuvre veel fraais bevat. 

Ik stuitte een paar jaar geleden op zijn paascantate ‘Christ lag in Todesbanden’. Natuurlijk kennen veel muziekliefhebbers de prachtige gelijknamige cantate van Johann Sebastian Bach (BWV 4), maar Pachelbels cantate doet er nauwelijks voor onder. Sterker nog: het lijkt erop dat Bach zich heeft laten inspireren door de creatieve muzikale ingevingen van zijn iets oudere tijdgenoot.  

Dit blijkt bijvoorbeeld uit de vormgeving van de beide cantates. De delen van de cantate zijn gebaseerd op de coupletten van het koraal Christ lag in Todesbanden. Het blijkt ook uit de wijze waarop beiden het Alleluia uit het eerste koordeel (of koorvers) hebben bewerkt. Zowel Pachelbel als Bach vertolken dit op een bijna swingende manier, waarbij Bach hetzelfde ritmische motief als Pachelbel gebruikt.  Wie de cantates naast elkaar bestudeert, zal nog meer overeenkomsten ontdekken. 

Mijn ervaring is dat deze compositie aantrekkelijk en uitdagend is voor ieder kamerkoor en heel goed in het gehoor ligt bij een breed publiek. De beperkte orkestbezetting maakt het stuk bovendien financieel aantrekkelijk om uit te voeren."

U kunt het werk meenemen in uw eerstvolgende koorbestelling of los bestellen in de webshop.

Pachelbel - Christ lag in Todesbanden